Wie 54 is, is niettemin toch best bij de pinken. Indien hij dit jaar niet het maximumbedrag stort, krijgt voor de komende jaren namelijk een individueel plafond toegewezen. Hij zal dan tot het jaar waarin hij 64 wordt slechts voor het bedrag van dit jaar of het gemiddelde van zijn effectieve stortingen tussen 50 en 54 jaar mogen intekenen, weliswaar uitgedrukt als percentage van het maximumbedrag.

Stort hij de volgende jaren toch meer dan het individuele plafond, dan wordt dit gezien als een nieuw contract. Dat moet vanaf dan tien jaar lopen en zal een belastingheffing op het einde van die tien jaar krijgen, wat fiscaal erg nadelig is. In het klassieke geval wordt de zogenaamde anticipatieve heffing op zestig jaar afgehouden. Dit belet niet dat u nadien mag blijven stortingen. Meer zelfs. De stortingen die u dan nog doet, geven nog steeds recht op een belastingvermindering, maar worden niet meer in aanmerking genomen voor de berekening van de heffing. Het zijn dus wellicht de meest lucratieve stortingen. Bij een heffing op 65 jaar of later, verliest u dit voordeel.

Stort de 54-jarige dit jaar het maximum, dan behoudt hij zijn vrijheid om de komende jaren te storten wat hij wil. Een indexering van de bedragen die gestort kunnen worden of een verhoging van het fiscale grensbedrag wordt niet gezien als een verhoging die van de consument uitgaat.